Snoeien

Hoogmoed en knieval …. speer en balsem …. wondverzorging bij bomen

Ik was laatst in Italië bezig met de bomen, en ik zag dat bomen ook wonden kunnen hebben. Ik dacht er nog wat verder over na, boomverzorging kan bij ons zo een dag of wat duren, en kwam eerst op wonden bij mensen, en daarna op die bij bomen. Hierbij het verslag.

Er zijn bij ons mensen eigenlijk drie soorten wonden, tenminste als je kijkt naar hoe die ontstaan:

  • Wonden die je jezelf bewust toebrengt; de minst leuke
  • Wonden die je jezelf onbewust of ongewild toebrengt; zoals met doorliggen, klussen e.d.
  • Wonden die iets of iemand anders jou toebrengt.

Vervolgens probeerde ik dat te vertalen naar bomen maar dat lukte maar gedeeltelijk. Bomen kennen eigenlijk alleen de laatste twee categorieën, domweg omdat bomen geen bewuste wezens zijn. Er zijn mensen die denken dat bomen wel bewuste wezens zijn, maar zelfs als dat het geval zou zijn, dan is het lastig om je voor te stellen dat een boom bijvoorbeeld bewust een tak laat afbreken om zichzelf te verwonden. Of haar bladeren in de herfst laat ophopen op een tak, zodat er daaronder een broeierige zwerende wond ontstaat. En veel andere middelen heeft een boom niet.

Ongetwijfeld is er ergens een boomsoort die zich in een verwrongen soort symbiose laat verwonden door mieren, die zich voeden aan de bast, zodat de boom vervolgens alleen vanuit díe wonden nieuwe vruchten kan laten groeien, die dan weer extra goed groeien dan wel beschermd worden door de afscheiding die de mieren hebben achtergelaten. Darwin op zijn gekst. Nee, geen bewustzijn dus.

En om die reden hoeven we het dus ook niet over psychologische of geestelijke wonden te hebben, want die hebben onze lieve bomen niet.

Terugkerend naar de normale – down to earth bomenwereld hebben we het dus bij boomwonden over onbewust/ongewild toegebrachte wonden, of wonden door anderen toegebracht.

Onbewust/ongewilde wonden ontstaan, ironisch genoeg, juist doordat een boom uitbundig groeit, en twee loten in elkaars groeirichting komen. Net als in een groot familiebedrijf kunnen dan de takken proberen te groeien ten koste van de ander. Sommige bomen zijn als een soort Van der Valk familie uitgedijd met een rijke maar misschien wel te dichte takkenbos, en dan kan dit conflict optreden. Er is bij bomen weinig sprake van opofferingsgezindheid of een wijze stam-vader die ingrijpt; die takken groeien lustig door. Ja, en dan gaat het schuren, met een etterende wond en littekenweefsel als gevolg. En dan moet je als buitenstaander in dit conflict ingrijpen en een keuze maken. “Even doorbijten, maar uiteindelijk is dit beter voor je!”

Bij de volgende categorie, bij de boomwonden door iets of iemand anders toegebracht, heb je weer twee subcategorieën: wonden door onbewuste wezens of door bewuste wezens.

De onbewuste groep is makkelijk: dieren die jeuk hebben, dieren die honger hebben, jonge kinderen die nog niet begrijpen dat je niet heel hard met een stok tegen een boom moet slaan, enzovoort. Allemaal begrijpelijk. Vergeving is niet nodig, en zinloos. Het is immers onbewust; ‘zij weten niet wat zij doen’.

De bewuste groep kan bestaan uit gewone dieren of opperdieren. Of gewone dieren ook bewustzijn hebben (wat voor ons mensen lastig is waar te nemen, en goed te interpreteren – en vaak halen we die twee zaken door elkaar), laat ik hier even buiten beschouwing. Hetzelfde met de vraag of wij dieren zijn, wat we natuurlijk gewoon zijn. Om het niet te ongemakkelijk te maken zou je ons opperdieren kunnen noemen (niet te verwarren met Opfertiere waar ik het hierna over ga hebben). De term opperdieren appelleert daarnaast aan ons gevoel dat we anders en hoger zijn. En bij dat laatste hoort ook dat we denken dat we een bewustzijn hebben, al is dat bij de belangrijke beslissingen van het leven een zware overschatting. Als je recente neurologen mag geloven is het bewustzijn niets anders dan dat deel van onszelf dat achter een glazen raam (bewust) staat waar te nemen hoe het lichaam en onderbewuste allerlei handelingen verrichten en keuzes maken. Na gedane arbeid kijken ze samen het bewuste aan en vragen het om er een passende verklaring of een leuk verhaal bij te verzinnen; het bewustzijn gereduceerd tot woordvoerder. Nog een reden om ons maar gewoon opperdieren te noemen.

Terugkerend naar het snoeien van bomen: dat is dus eigenlijk niets anders dan het verwonden van bomen door bewuste dieren. Je kunt je dan afvragen waarom we dat doen? We doen het veel en graag, en we vinden het noodzakelijk. In Italië kunnen mensen bewonderend door onze tuin lopen om zich vervolgens stomverbaasd af te vragen waarom al die wilde takken nog aan die boom zitten. Die boom had namelijk volgens de kelk-vorm gesnoeid moeten worden om niet alleen de opbrengst te verhogen (zoveel mogelijk licht, ook in het midden) maar ook het oogsten zelf makkelijker te maken (je kunt er makkelijk bij). Wij mensen hebben dit uiteindelijk tot een kunst verheven, waarbij de boom zelfs zo wordt gedresseerd dat hij/zij ultiem geschikt is om geknecht te worden door een ‘boomschudder’ of een ‘pluk-o-trak’.

En dat is dan ook meteen het antwoord op de vraag ‘waarom?’. Het is een manier om een optimale oogst af te dwingen, met ultiem gemak voor de snoeier. Het rentmeesterschap van de natuur is door ons voor het gemak maar geïnterpreteerd als rentenierschap. Snoeien is eigenlijk een besnijdenisritueel dat er exclusief op gericht is de jonge boom zo volwassen te laten worden dat we er zoveel mogelijk vruchten van kunnen plukken; letterlijk en figuurlijk.

Het is daarnaast zo gewoon geworden, en daarmee zo ingeslepen, dat mensen zich vaak niet kunnen voorstellen dat een boom ook kan groeien zonder ooit gesnoeid te worden. De menselijke hoogmoed ten top. Dit is vooral het geval omdat er in de biologie twee zaken spelen die onze ideeën hierin ook flink kunnen nuanceren.

Allereerst is er het “wood wide web”, een letterlijk ondergronds social netwerk onder elk bos op deze prachtige aarde. En dat netwerk bestaat uit wortels, schimmels en bacteriën, en het helpt bomen en planten om met elkaar te verbinden. En dit netwerk bestaat al bijna 500 miljoen jaar! Daarnaast is er het bekende ecologische proces van de successie, dat in feite garandeert dat we de natuur kunnen verstoren, wegkappen, afbranden of bebouwen wat we willen. Maar uiteindelijk komt de oorspronkelijke vegetatie weer terug die geschikt is voor die plek.

Samenvattend: a) de vijand is er altijd, al is het soms als ‘ondergronds verzet’ en b) uiteindelijk zullen bomen de aarde op ons terug veroveren. En om in successie termen te blijven: bomen zullen de aarde beërven.

Voor mensen die deze theorieën kennen, is er daarmee nog een motief voor het snoeien: ‘ja, je moet ze wel kort houden, hoor, want anders …’ En dat klopt dus: World Tree Domination loert altijd aan de horizon. Een voorproefje hiervan uit vroeger tijden zien we al in In de ban van de Ring, van Tolkien, wanneer de Enten, de boomwezens, hun verblijfplaats Fangorn verlaten om Saruman in Isengard te bestrijden. De reden: Saruman kreeg te veel macht en had teveel bomen omgehakt voor zijn verderfelijke doeleinden. Need I say more?!

Het aardige is overigens wel dat het snoeien een hele leerzame, bijna spirituele, benadering heeft die in menig consultancy opdracht, introspectieve GGZ-reis of yoga oefening niet zou misstaan. De eerder genoemde kelk-vorm is namelijk wel optimaal als ‘therapeutische leidraad’. Je kijkt eerst goed, van een afstand, naar de boom en haar huidige structuur, en daarvoor loop je er een paar keer omheen. Vervolgens bedenk je wat de gewenste structuur is, gezien hoe de takken zich nou eenmaal, in haar jeugd, hebben gevormd. Vervolgens ga je naar de boom toe en snoeit de naar binnen groeiende takken (teveel in zich zelf gekeerd is ook niet goed).

En als je dan toch met je hoofd tussen die takken staat, probeer je ook ‘van binnen naar buiten’ te kijken, en te zien wat daar eventuele blokkades zijn. En de kpi’s, oftewel, wanneer moet je stoppen met snoeien, zijn: licht en lucht moeten stromen, vocht moet erbij kunnen maar niet blijven hangen, en stevige worteling in de aarde. Aarde, lucht, water en vuur (licht). Voor wie daar verdere symboliek in wil zien; het ligt voor het oprapen. Of met een flauwe grap: het is ‘low hanging fruit’! 

Bomen reageren overigens heel verschillend op het snoeien. Sommige bomen houden zich na het snoeien zo stil mogelijk; ze bewegen niet en proberen verder niet op te vallen en hopen daardoor een extra knipbeurt te voorkomen. Zij verzorgen daarna zo snel mogelijk zelf hun wonden; de wond sluit zich waarna het boomlichaam zich weer snel richt op verdere groei.

Bij andere bomen kan het wel nodig zijn om de aangebrachte wond te behandelen. Het goedje dat ik er in Italië opsmeer, Arbokol, is een soort grijze houtlijm, die kennelijk de wond afdicht, en na een tijdje doorzichtig wordt. En ik kan niet anders zeggen dan dat het goed voelt om met tedere streken de wonden te deppen, liefst natuurlijk met een zachte kwast. Ik gebruik hiervoor dan wel een synthetische kwast, want om (als mede-dier) een kwast te gebruiken van paarden- of varkensharen lijkt me dan wel weer een beetje ranzig.

Misschien ben ik eigenlijk wel liever een everzwijn of hert, dat haar tanden langs de bast van onze bomen schuurt. Of uit een primaire behoefte als honger een hapje neemt van wat jonge scheuten. Nee, dan wij mensen. We hakken dus eerst een lichaamsdeel af en vervolgens gaan we die wond dan zorgvuldig en teder behandelen alsof deze door iemand anders is aangebracht. We zijn als een kwistig snijdende bloedeloze chirurg die na de operatie bij de patiënt langs gaat om subtiele wondverzorging toe te passen. Het lijkt dan op die toch zwaar gestoorde Scandinavische Netflix-thrillers, die fantastisch worden gevonden door schijnbaar normale mensen. Het aardige van de werking van onze hersenen is overigens wel dat wij in een seconde van rol kunnen wisselen. Het rationele amputeren van de takken en de liefdevolle verzorging van de wonden.

Deze schrijnende tegenstelling in de boomverzorging bracht me op een verhaal u allen kent. Onder de bewust toegebrachte wonden en op nr. 1 in de serie ‘Famous wounds in history’ kun je namelijk de wond scharen die de Romeinse soldaat naar verluidt aanbracht in Jezus’ heup. De kruisiging zelf was kennelijk onderdeel van een groter Plan (kruisiging -> opstanding -> eeuwig leven), waarvoor je nu eenmaal een eerste begin nodig hebt. En vanuit het perspectief van deze Romeinse landmachtsoldaat was dat kennelijk iemand op een kruis nagelen en dat rechtop zetten in de brandende zon.

Maar het onvermijdelijke omgooien van deze christelijke eerste legosteen is iets anders dan het onnodig toebrengen van een wond bij een stervende misdadiger, wat Jezus voor hem natuurlijk gewoon was. Dat de beste man, later Longinus genoemd, een heilige is geworden met een beeld in de Sint Pieter, gemaakt door Bernini, is wel een beetje gek. Een speer in de Heiland steken en dan een ereplek in het Vaticaan krijgen; bewijs van een soort Stockholm-syndroom voor geloofsgroepen.

Tenzij het een soort standaard check was om het stadium te bepalen van de gekruisigde; in huidige termen ‘omdat het protocol dat voorschreef’. Speer in zij -> bloed en water-> dan: bereid het afnemen van het dode lichaam voor. De tekst lijkt dit wel te suggereren. Een goed gesprek of een in zorgtaal gestelde vraag ‘En hoe voelen wij ons vandaag, Men. van Nazareth?’, zal geen zin meer hebben gehad.

Het balsemen door Jozef van Arimatea c.s. in het graf was overigens niet ‘wondbalsem’, zoals u waarschijnlijk denkt, maar een standaard behandeling van overledenen. De behandeling die Jezus kreeg was natuurlijk wel ‘premium’, met een grote hoeveelheid mirre en aloë. In het vormgeven van dit Messiaanse heiligenleven is die mirre een subtiel en daarmee sympathiek detail: mirre bij geboorte (Wijzen uit het Oosten) ….. en mirre bij overlijden! Duidelijker kun je niet maken dat het een bijzondere persoon betrof! Overigens laten Jozef van Arimetea c.s. de wonden zoveel mogelijk ongemoeid, want ze voelen aan hun water dat er later mensen komen die aan alles twijfelen; en die hebben nou eenmaal hard bewijs nodig.

De kostbare balsem die Maria, de zus van de immer opgewekte Lazarus, de week daarvoor op Jezus’ voeten deed was kennelijk meer een soort “vermoeide voetencreme”. Niet onterecht want Jezus had er heel wat kilometers opzitten, hordes mensen achter zich aan, iedereen te eten geven, en dan ook nog optredens tussendoor. Ook hier wel premium en prijzig, want het was kennelijk nardus, dat niet alleen een plant is maar ook de geurende olie of zalf die daarvan gemaakt wordt. Nardus werd ook gebruikt bij begrafenissen, wat het dan wel weer een wat naargeestige voorbode maakt van wat komen ging, zo een week voor de kruisiging.

U vraagt zich ondertussen waarschijnlijk af of het snoeien niet eigenlijk een mystieke handeling is, doordrenkt met verwijzingen naar dit event, 2000 jaar eerder? Die wonden werden immers later zichtbaar in de lijkwade die als een vliesdoek om het lichaam werd gedrapeerd, zoals de vliesdoeken die je om een jonge fruitboom doet om ze tegen de kou te beschermen. En die kelk-vorm die klopt met de ultieme kelk, de Heilige Graal. En de snoeischaar is als de speer van Longinus die in de legendes van de Heilige Graal eenzelfde mystieke bovennatuurlijke kracht zou hebben gekregen, zoals Dan Br…….. oh nee, nu schiet ik echt door.

Laten we maar teruggaan naar het bewustzijn van de bomen, en onze relatie daarmee. Kunnen we de boom, voorafgaand aan het snoeien, ‘huggen’ en dan achteraf vragen ‘was het ook fijn voor jou?‘, in de stellige zekerheid dat die boom dan iets van dankbaarheid voor ons voelt, of zelfs vergiffenis? Als je het zogenaamd doet voor de boom’s bestwil, dan hoeft dat natuurlijk niet. En dat zou ook een impliciete bekentenis inhouden. Maar laten we gewoon ook even eerlijk zijn; we weten dat dit niet zo werkt. Het is heel simpel: snoeien, meer vruchten, makkelijker oogsten, meer jam. En laten we daar dan ook maar gewoon van genieten. En volgend jaar gewoon de hele onverbiddelijke cyclus weer plannen en herhalen.

Als je er daarentegen bewust van bent dat je het doet voor je eigen voordeel, én je hebt nog wat gevoel in je donder, dan schrijnt die kloof tussen speer en balsem wel. En dat is helaas niet een louterend vuur, een catharsis, maar dat doet gewoon pijn, en dat blijft het ook doen. Daar moet je als dader mee leren leven.

U begrijpt dat je heel wat kunt meemaken, en meevoelen, als je gewoon een boompje staat te snoeien in Italië; eerst die speer, en daarna de balsem; speer – balsem; speer – balsem….. Overigens is het wel zo dat ik bij het verzorgen van mijn boompjes vaak toch, om ergonomische redenen maar ook uit een zeker heilig ontzag ….. door mijn hoeven zak en kniel.